Barcelona 2014

 

Barcelona, wereldstad. Een stad die dag en nacht leeft. Je ziet er volop steps en fietsers, wandelaars en vooral toeristen. Wetende dat je er zelf een bent, doet je nadenken als je loopt te klagen in het Park Guëll bij de zoveelste die voor je voeten loopt. Barcelona is een mooie stad met pleintjes, steegjes, smalle straten en in contrast hiervan de brede banen. Ik zou er niet graag als fietser, noch als automobilist vertoeven. Er wordt snel gereden en de banen zijn druk druk druk. De fietsers rinkelen in het voorbijgaan van een wagen, vragend om hun niet van de baan te rijden. Mijn vriend en ik hebben mooi de benenwagen gebruikt, want hoe kan je de stad anders het best en het meest ontdekken? Veel ontdekkingen hadden we zeker niet meegemaakt als we de metro of de bus hadden gebruikt. Toegegeven, op een moment kunnen je voeten echt pijn doen en dan is dat openbaar vervoer wel handig.

Wat ik de leukste plaatsen vond:
Sagrada Familia. Wij zijn pas om 18u gegaan op een zondag en de wachttijd viel toen zeer goed mee. We hebben niet zo lang moeten aanschuiven en konden  dan ook genieten van weinig volk in dit heiligdom van Gaudi zelf. Het is een duur ticket, maar het was de moeite waard. Eerst kom je binnen en kan je genieten van het ‘bosgevoel’ en sferische gekleurde ramen. Later kom je in het ‘museum’ terecht en kan je informatie vergaren naar hoe Gaudi op deze constructie en organische afwerkingen gekomen is. Zeer interessant en indrukwekkend. Nadien zijn we nog eens gaan piepen binnenin om de link nog eens te leggen tussen theorie en praktijk en ook… om nog eens te genieten van het rustgevende en hemelse gevoel dat dit bouwwerk geeft.
– Montjuïc. Een hele dag kan je spenderen aan deze berg die voorzien is van de nodige toeristische attracties. Ik geloof dat we maar de helft ervan hebben gezien en toch was ik verkocht. Het Barcelonapaviljoen van Mies van de Rohe is daar te zien, maar dat vond ik lichtelijk een teleurstelling. Het is dan wel een goede replica, maar had toch graag wat meer gezien.  De magische fontein is gelegen nabij dit paviljoen en kon dit weer hartelijk goedmaken. Zo zaten wij daar op een vrijdagavond, klaar om 20u, want de site zei: drie voorstellingen op deze tijden, uiteindelijk werd het er een en zaten we toch even in de kou te wachten. Maar gelukkig waren we dus ook op tijd, want dat kan je beter zijn. Een massa volk kruipt op muren en pilaren alleen om dit spektakel te kunnen meemaken. Je staat best niet te dicht bij deze fontein, want nat worden is dan de enigste optie. Indien je overdag even wil vluchten van de massa, kruip dan de berg op. Daar vind je groen gras en kan je genieten van een uitzicht over de hele stad en kan je de berg de ‘Tibidabo’ goed zien.
– Las Ramblas. Dit is de straat die je wel meermaals zal gebruiken. Hier vind je de vele standjes met toeristische hebbedingetjes en de straatartiesten. In het laatste waren we geïnteresseerd en dit zorgde voor leuk vermaak, maar waar het ons echt om ging, is dat dit de weg wees naar het strandgedeelte. Daar vonden we de nodige rust en kon je je even weg van de andere toeristen wanen.
– Na een rustpauze zijn we dan eens verder gewandeld naar de Santa Maria Del Mar. Deze tocht leidde ons langs een drukke baan met palmbomen en dan raakten we verzeild in kleine straatjes met leuke kleine winkeltjes en lichtbruine geplaveide gevels. De zon brandde en toen we dan bij het kerkje aankwamen, hadden we al geen zin meer om binnen te gaan. Piepen wel, maar het leven is duur en ze kunnen voor alles geld vragen…
Park Guëll hebben we ook bezocht en dit was een van de grootste teleurstellingen en anderzijds ook fascinerend. Wij wouden graag het oude gedeelte bekijken van het park (want daar draait het toch om – Gaudi all the way), maar toen wij begonnen aan te schuiven voor een ticket, bleek dat we nog uren moesten wachten voor we binnen konden. Vaarwel kronkelende stoelen, vaarwel prachtige overkappingen, vaarwel… Dus zijn we maar gaan rondhangen in het niet-betalende gedeelte van het park. Ook zeer mooi en zeker de moeite. De straatmuzikanten hebben ons alvast daar opgefleurd.
– Verdwalen in het Middeleeuws stadsgedeelte is ook zeer fijn, de Ciutat Vella. Ik kreeg plots een Venetië-gevoel, maar dan zonder al het water (ook al regende het, zachtjes). Daar kan je het museum bezichtigen van Richard Meier, het Museu d’art Contemporani de Barcelona. Mooi vanbinnen en vanbuiten, maar de tentoonstelling vond ik maar niets. Zeker niet als je het vergelijkt met andere grote musea hier in België, Dusseldorf,…
– Als laatste leuke plaats vond ik het Parc de la Ciutadella zeker de moeite waard. Het gras is er groen, beeldhouwwerken en fonteinen. Er is ook veel te doen, voor jong en oud. Wij hebben er een beetje geroeid, kwestie dat niet alleen onze benen moe waren. De poel zit er vol schildpadden, maakt het vaartochtje net dat tikkeltje interessanter.
DUS ga te voet en vergeet niet te genieten onderweg. En o ja, er zijn ook goedkope grootwarenwinkels, eens je ze gevonden hebt, ga je steeds terug!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s